Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie Melding niet meer tonen

Halve Marathon van Oostland

Deze week stond in het teken van de Halve Marathon van Oostland welke op zondag zou plaatsvinden. Het was dan ook een relatief rustige trainingsweek met in totaal 90km op het weekprogramma. Op maandag voor het eerst sinds mijn terugkeer uit Kenia weer eens een baantraining bij ARV Ilion in Zoetermeer gedaan. Helaas was Maarten verhinderd waardoor ik de training alleen uitvoerde. Soms ook wel goed omdat je dan niet de neiging hebt om net iets te hard te lopen en je enkel op je eigen tempo kunt focussen.

Nieuwe schoenen
Mijn idee was om de baantraining te lopen met mijn nieuwe Nike Vaporfly wondersloffen maar dit leek Rob niet verstandig, waardoor ik enkel het in- en uitlopen deed met de nieuwe schoenen en het baanprogramma zelf op mijn standaard trainingsschoenen. Het lichaam dient echt te wennen aan nieuwe schoenen, zeker mijn lichaam omdat ik normaal gesproken loop met op maat gemaakte inlegzolen in mijn trainingsschoenen, maar deze passen niet in de wedstrijdschoentjes zoals de Nike Vaporfly’s. Tijdens het inlopen merkte ik duidelijk verschil tussen mijn oude en nieuwe schoenen. De Nike Vaporfly’s voelen aan de ene kant zeer stijf en reflectief aan door de carbonzool die door de hele schoen loopt, maar aan de andere kant ook heel zacht en comfortabel door de materialen welke zijn gebruikt. Afijn, ik heb er het volste vertrouwen in dat deze schoenen mij mede gaan helpen aan snelle tijden in de komende wedstrijden.

Interval
De intervaltraining bestond uit 8 maal 1000m in gemiddeld tempo 3.10. Uiteindelijk gingen de intervallen wat sneller, rond tempo 3.08. De intervallen op zeeniveau voelen significant anders aan dan op hoogte in Kenia waardoor je er echt weer even aan moet wennen. Uiteindelijk is het lopen van intervallen op zeeniveau vele malen gemakkelijker dan op hoogte, simpelweg omdat er veel meer zuurstof in de lucht zit dan op hoogte.

Geen pollen
Op dinsdag vervolgens weer eens een rustdag. Op woensdag een zware trainingsdag met in de ochtend de standaard ochtend duurloop van 12km en in de middag een duurloop van 20km. Op woensdag vielen er enorme hoosbuien en al aan het begin van de duurloop was ik de sjaak. Ik merkte echter ook dat ik weer veel lekkerder begin te lopen nu het weer kouder wordt en de pollen de lucht uit zijn. Na een regenbui wordt dit effect nog eens versterkt door de frisse lucht. De duurloop van 20km ging dan ook heerlijk met een tempo a 3.52 min/km en een zeer lage hartslag van 142 slagen per minuut. Dit zijn waarden waar ik zeer blij van wordt, het basisniveau is duidelijk gestegen in de afgelopen periode en dit geeft dan ook veel vertrouwen richting de wedstrijden. Op donderdag vervolgens een rustige duurloop van 16km en op vrijdag en zaterdag rustdagen ivm de wedstrijd op zondag. Op zaterdag nog wel een rustig rondje Kralingse Plas gelopen om het lichaam soepel te houden, mijn ervaring is dat het lichaam nogal stram wordt wanneer ik niet of veel minder beweeg dan gewoon. Een dag voor de wedstrijd loop ik dan ook graag een klein rondje van 5km met daarin tussendoor veel rekken en strekken en aan het einde nog een aantal rustige versnellingen.

Halve Marathon van Oostland
Op zondag stond dus de Halve Marathon van Oostland weer op het programma. Een wedstrijd door o.a. mijn geboorteplaats Berkel en Rodenrijs en met start en finish in Pijnacker. In 2016 en 2017 wist ik deze wedstrijd winnend af te sluiten, maar vorig jaar was ik niet in orde en moest ik helaas uitstappen. Dit jaar was ik helemaal fit en met de kilometers van Kenia vers in de benen, gevolgd door twee relatief rustige trainingsweken stonden alle seinen op groen voor een topprestatie. Voorafgaand aan de wedstrijd had ik met trainer/coach Rob het raceplan gemaakt waarbij het idee was om de eerste 10km op het gewenste marathontempo 3.20 min/km te lopen (op een marathon leidend tot een tijd van 2 uur en 20 minuten) en daarna indien mogelijk iets te versnellen. Op deze manier was het een goede generale voor de Marathon van Amsterdam op 20 oktober, nog maar zes weken te gaan dus.

Klaarstomen
Op de wedstrijddag voelde ik me erg goed. Vooral erg nieuwsgierig ook hoe ik er nu voor stond na een aantal weken hard trainen in het marathonschema waarbij het ook lang geleden was dat ik een echte wedstrijd had gelopen. Nadat ik rustig had ingelopen en nog een kort interview had gedaan met de speaker was het tijd om even tot mezelf te komen en mentaal helemaal klaar te geraken voor de race.

 

 

 

 

 

 

 

Goede start
Nadat het startschot was gelost liepen we met vier lopers waarvan ik wist dat één loper een andere loper zou hazen. Ik besloot om de eerste kilometer wat in te houden, het idee was immers om de eerste 10km in tempo 3.20 min/km te lopen. De eerste km ging echter al in 3.18 min/km en ik merkte dat de benen enorm goed waren. Ik besloot om mijn hartslag op maximaal 170 te houden maar wel sneller te gaan lopen dan de afgesproken 3.20 min/km. De kilometers vlogen vervolgens voorbij in tempo 3.12 min/km zonder dat dit eigenlijk enige moeite kostte.

Maurten poeder
Op het 5km punt kwam ik net even boven de 16 minuten door en daar kreeg ik ook mijn eerste flesje drank van mijn vader. Althans dat was het idee, ik greep mis maar gelukkig fietst mijn vader veel en wist hij na een sprint even later wel het flesje te overhandigen. In dit flesje zat Maurten poeder opgelost in water, essentieel om voldoende suikers in te nemen tijdens de race. De race ging vervolgens van Berkel en Rodenrijs door naar Bergschenhoek en daarna weer terug naar Berkel waar ik het 10km punt bereikte onder de 32 minuten. Het tempo was dan ook verhoogd met kilometers onder de 3.10 min/km. Nu begon echter ook wel het zware stuk door de polder tussen Berkel en Pijnacker waarbij de wind vrij spel had en ik helaas geen beschutting had achter andere lopers. Zelf strijden tegen de elementen dus. Het tempo daalde echter niet en wist ik vlak te houden op de 3.10 min/km.

Nieuwe parcoursrecord
Ik realiseerde me ook dat ik bezig was met een hele mooie race neer te zetten met een eindtijd waar ik vooraf direct voor had getekend. De voorsprong op de concurrentie was inmiddels ook zo ver opgelopen dat ik wist dat ik ging winnen, maar wilde blijven pushen om een mooie tijd neer te zetten. Natuurlijk doet het lopen op zo’n snelheid pijn in het hele lichaam maar ik zat echt in een flow waarbij je kunt blijven gaan en kunt blijven pushen terwijl het lichaam het toch echt liever iets langzamer aan zou willen doen. Na het 15km punt daalde het tempo naar 3.17 min/km maar nog steeds dus onder het tempo waarin ik had willen starten. Ik begon te rekenen en kwam tot de conclusie dat ik met deze tussentijden wel eens heel dichtbij mijn beste tijd ooit zou kunnen gaan finishen, namelijk 1.07.04 welke ik liep tijdens de CPC van maart 2018. Met nog een kilometer te gaan besloot ik voluit te gaan en na een laatste kilometer van 3.04 kwam ik superblij over de finish. Blij vanwege mijn eindtijd van 1.07.18, mijn derde keer winst van de Halve Marathon van Oostland, het nieuwe parcoursrecord welke eerst op 1.09 stond, het feit dat ik geen last heb gehad van mijn terugkerende middenrifblessure, maar meer nog vanwege het feit dat dit een bevestiging is van het feit dat we goed op weg zijn richting de marathon van Amsterdam over zes weken. Dit geeft echt heel veel vertrouwen en rust. Nu geen gekke dingen meer doen, één week wat rustiger aan doen om te herstellen van deze halve marathon en daarna drie weken hard maar verstandig trainen en vervolgens nog twee weken afbouwen richting de marathon. Ow, wat heb ik daar al zin in 🙂

Publicatiedatum: 11 september 2019